De Columns op deze pagina verschenen eerder in de rubriek 'Puur Natuur' in De Krant en De Krant actueel.
Adder onder het gras

Afgelopen weken waren qua temperatuurwisseling behoorlijk bizar. Het ene weekend stonden we op de schaats en het weekend erna was het zo’n dertig graden warmer. Van winterjas met sjaal naar T-shirt en korte broek binnen een week. Ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit eerder heb meegemaakt.

Ook ‘de natuur’ reageerde onmiddellijk. Alsof een onzichtbare hand een deel van de ‘winterslapers’ had wakker geklopt. Krokussen schoten uit de grond. Bomen en struiken bloeiden volop alsof ze op een signaal zaten te wachten. De eerste citroenvlinders en hommels vlogen door onze tuin. Het voorjaar lijkt te zijn begonnen.

Op Facebook verschenen al snel de eerste foto’s van ontwaakte adders. Dan word ik ook ‘wakker’ en begint voor mij het voorjaar. Deze licht gedrongen, 50- 80 cm lange ‘zigzag’ slangen doen iets met me. Ik kan niet goed uitleggen wat het is, maar ze intrigeren me. Ze trekken me aan en stoten me af. Ik heb enorm ontzag voor deze dieren. Misschien moet je eens een adder in de ogen hebben gekeken om te begrijpen wat ik bedoel. Streng, ietwat bozig maar ook uitdagend en mooi. Laten we het zo zeggen, dat effect hebben ze op mij.

Adders komen na de winterslaap tevoorschijn zodra de zon een aantal dagen achter elkaar schijnt en de bodem opwarmt. Meestal begin maart maar zoals nu al in februari. De mannetjes komen eerst uit hun winterschuilplaats tevoorschijn, enkele weken later gevolgd door de vrouwtjes. De koudbloedige slangen liggen in de zon om op te warmen en dat is de reden waarom je ze vaak op een zuidhelling van bijvoorbeeld een houtwal of zandduin ziet liggen.

Adders zijn goed te herkennen aan hun ogen met een verticale pupil. Gladde en ringslangen hebben beide ronde pupillen. Adderogen zijn oranjerood van kleur, behalve tijdens de vervelling. Dan wordt het oog bijna wit omdat er een vlies over het oog trekt. Maar ja, dan moet je ze wel in de ogen willen kijken om dit te zien.

Een ander kenmerk is de zigzagstreep over de rug. Dit is een iets minder duidelijk kenmerk omdat andere slangen een ietwat vergelijkbare tekening kunnen hebben. De mannetjes zijn meestal grijs/bruin van kleur met een donkere, tot bijna zwarte, aftekening. De vrouwtjes zijn meer lichtbruin van kleur met een meer bruine aftekening.

Adders hebben prima ogen en kunnen heel goed trillingen waarnemen. Maar het belangrijkste zintuig is het ‘orgaan van Jacobsen’. Adders steken voortdurend hun tong naar buiten, het zogenaamde ‘tongelen’. Geurdeeltjes worden opgevangen, naar het orgaan van Jacobson gebracht en geanalyseerd. Door de gevorkte tong kan de slang tevens bepalen of een prooi in de buurt is en de richting waar de prooi loopt. Adders eten met name amfibieën, muizen, spitsmuizen, jonge konijnen, kleine vogels en vogeleieren.

Adders zijn niet agressief, zolang je ze met rust laat. Ze behoren tot de gifslangen maar de beten zijn relatief ongevaarlijk als je gezond, geen kind of bejaard bent. Niet dat het een pretje is want een adderbeet schijnt behoorlijk pijnlijk te zijn. Je kunt er misselijk van worden en het gebeten lichaamsdeel kan flink opzwellen, zoals een collega van mij heeft ervaren. Ga daarom na een adderbeet altijd naar de huisarts.

Op veel plekken in ons land zijn ze helaas verdwenen maar in Friesland en Drenthe zijn nog vrij veel populaties te vinden. Kijk daarom goed om je heen op heidevelden. Wie weet vind je een addertje onder het gras.

Andre Brasse maart 2021

Terug naar overzicht